![]() |
| BRIEF AAN HENK HARMSEN | EEN STUKJE PAROCHIE GESCHIEDENS |
|
Lees een van de verhalen uit uitgave no: 3 een dorpswinkel uit uitgave no: 5 Rhumtas geschiedenis
|
![]() |
Beltrum: 28 februari 2005
Beste Henk, nog völle Heil en Zeagen in ut ni-je jaor! Gewenst.
Van:
J.A.M. te Vogt. ( Jan )
Dorpsstraat 27
7156 LK BELTRUM
Hierbij
nog luk platte zinnekes en wat andere praoterije oet Beltrum.
• Ut is disse keere neet volle nöbels = niets bijzonders
• Maor ik doo mi-j groot smegterig vuer dat is jog niks bejzuinders, eader sleg.
• Un trop hoonder = is een stel kippen +/- 50 kippen, en un koppel veldhoonder
= +/- 10 a 15 patrijzen, dee gaot s’ávonds an un druifken heel dichte
bi-jmekare zitten veur en teggen de kelde, veural at ut had vrus. Kelde=koude
• En de hazen ligt aoverdag met de kop in de wind, anders jeg hun de heure optende,
dan wod zee te kold. = optende =overeind = jeg= waaien
• Bi-j ut opdrieven van de jag, gaot de maorhazen achter’oet en ze goon jeagers
laot dizze met vrea
= laot de voedsters met rust. Hun gang gaan
• lémke van de meid zat met de loge te slemken en te slateren, ok was
zee met de wöske an ut sleujen. = De slons van de meid zat met het zeepsop
te morzen en ook met het wasgoed te strooien
• Met un wösken naor un zi’e spek smieten = met een klein worstjen naar
un zi’e = zijde spek, gooien.
• Marratten maken. = bijzondere bewegingen maken
• Spinneveuten. = stuiptrekkeningen.
• Hee liekt krek op zien va, of zee slaagt um nao, of ieleu liekt dr’op, haoste
utzelfde. = hij gelijkt precies op zijn vader, of zij gelijkt van dichtbij,
jullie gelijken bijna hetzelfde op elkaar.
• Lood um old iezer, = maakt niets uit .Dunne of deur un deukschen, krek ut
zelfde.
• Van 12 uur tot de merrag = is effen niks
• Prutje= modder = morregraven= moddersloot
• Vreeze basten = zijn basten in de boomstammen die door heel hard vriezen,
–20 gr, door midden zijn gekloofd van de vorst, dat barsten kan men horen. Het
is net als of er een geweerschot klinkt. Ik heb het vaak gehoord in het Kerkloobos
aan de Rekkenseweg.
• Ut greuid in ’t bos en ut bleut in ’t bos en ut danst in de kökken.=
ne kaanepols=un karnton=ne botterkaane in de keuken: karnen.
• De leare steet te stik optende. = de ladder staat te recht overeind te horizontaal.
• Wal velear halen, maar neet opruimen. = wel te voorschijn halen maar niet
opruimen.
• Hoonderduuts is proat deej neet verstaon könt. = onverstaanbare taal.
• Ne striepe in ut lange d’r langs. = een streep grond, lang en smal, langs
een weg, un strook.
• Punderen met ’n trekpunder. = wegen met een trekveerweger met een haak eraan..
Vandaar het gezegde: ze slaot oew en hoak ut gat, of den hoak in ut gat slaon.
= ze slaan je aan de haak om te wegen hoe zwaar je bent en of je wel genoeg
ponden weegt.
• Vegank = spölling = speling in de pennen of assen door slijtage: grote
ruimte.
• ut geweide. = ingewanden van een pasgeslacht dier.
• ut fris is. = Hart, longen, strottenhoofd en tong van ut varken of koe wat
pas is geslacht en nog aan de ladder hangt om af te sterven um ut hamscheet.
= um= er omheen geslagen. Un Hamscheet = un trekknuppel om twee paarden tegelijk
voor een kar in te spannen.
• Zeg deze zin foutloos zes keer achter elkaar zonder adem te halen. De log
jeg lös, met lappen
• Peezerik. = penis van ’n borg = ’n gecastreerde beer.
• Hamscheet. =daar waar de koe of het varken dat pas geslacht is met hun achterpoten
op de (Leare) ladder wordt vastgebonden, un hamscheet is ook wel een trekknuppel
voor om met twee paarden tegelijk te werken.
• Kroelen. = is draajen in bed, of gevogelte dat zich in droog fijn zand draait
om het ongedierte tussen de veren kwijt te raken.
• Schopben. = krabben in de groend of stroo, om wörmen en pieren te vinden.
De henne schropt: de hoonder schrobut
• un Wearglas. = een Baromeeter. Steet op storm. Pijl wijst op storm= kriegt
slegwear.
• Ne pielénde = un wilde eend. =2 cheveau= un echte boodschappen jonge,
zeuven deuren, wearskanten twee moterkappe, achterkleppe, en ut lösse dak
dat bunt d’r zeuven, zuunig en veurt geweldig mooi.
• Deure-dichte-doon, ok wal een planke in het gat doon of doot un haok ant gat,
Lorre d’n papegaai den schreeuwen aij binnen kwam. Deure too 2 x re, zee had
ök un hekel an tocht!.
• Schoeren = schajren, het vee schoert zich an ne boom, die midden in de weide
(stond) steet, zee hadden last van jökkerije = jeuk.
• Staol in de billen of in de beene = veulen zee zig stark, aj ze heelpen met
een of ander.
• Velengkerig = heimwee = huispijn, ( duits) ook wel verlangen naar!
• Eene op de löppe hem’n = een op de loop hebben= ze niet allemaal op een
rij., niet goed snik.
• Zee hebt uw u vonnen met het loafharken, dat zeaden ze vroeger asj vroegen,
woar kom ie vandan?
Loofharken = bladeren bij elkaar harken.
• Woar ik vandan komme? Oet un gat dat niet op de landkaarte steet: gezegde.
• Hoo wordt ’n zebra geboren? = streep veur streepke
• Ut book dichte doon = klapt inmekare.= het boek dicht doen.
• De klumpes op de hielde zat = de klompjes op de hielde gezet=doodgaan. Hielde=
open of afgetimmerde ruimte boven, waar het vee staat, in de stal
• De naolde in het spek stekken. = pauze hollen, uitrusten. Der vijf van nem’n
= rust nemen in de baas zijn tijd.
• Te meer = met der tijd, later doen.
• Voel = lui, ook wel nageboorte genoemd.
• Rechtervoort = heden thans en tegenwoordig.
• Ne vrouwleuhand en ne peardentand, staot nooit stille altied in beweaging.
• Van veuren pronk, van achteren stront. = van voren mooi, maar van achteren
smerig.lelijk.
• Un schaop en un hond hinkt um ne stront. = loopt op dree benen, al um un kleinigheid.
• Un too vestjen hebben = zo können betalen, op veurraod. P.P. Petalen:
zo oet ut vestjen, geld genog.
• Nearikken = herkauwen en un nearikkeard is un herkauwer en un loerkerd is
een loerepeter = is een nieuwschierig iemand. Un loeriezer= een verrekijker
• Un örpeluk spileken = un armoedig huisje, hutjen huis. Kribbeken enz.
• De klokke steet neet lange op twaalf uur = ut geet oew neet lange mear as
good.
• Zee brög un koo met, en hee kreg un varken in berre = de bruidskoe in
de stal, en ut varken (de bruid) in het bed van de bruidegom.
• Ne vakman köj kennen an zien gereedschap.
• Spreu = droog = droge huid of planten die snel breken,
• De tied löp oew oet de hand(en deur de vingers) as fien zand = zo snel
is de tijd verlopen, weggelopen.
• Tuitelig = wiebelig onvast, staat te wiebelen.
• Tuitelig = valt bijna om, hoog dun en scheef. = völt bi-jna t’underste
baoven = ondersteboven.
• Tuntelen = prutsen om vuur te maken met un tondeldoos = tunteldueze = dialectnaam.
• Tuntelen = niet opschieten, ant klungelen = er is geen vooruitgang in het
werk.
• Den haver hoger leggen, is hier in Beltrum, = minder etten geffen, minder
voedzaam eten geven, om minder lichaamsgewicht te verkrijgen.
Gezegden:
• Van boer nao börger löp as un örgel.moar van börger noar
boer völt oew zoer.
• Hoo geet het met ut peard? Vroog dr ene an oozen voerman, mien peard, zeate,
geet neet, maor löp. Vroog e wear, hoo löpe dan?, o’dat geet wal zeate.
• Gengs = het löp. In de löppe = onder het lopen.
• Zee zit op den oppas = Zij zit op den uitkijk.
• Aj zalig wilt starven moi den rechten laoten arven. = als zij recht op de
erfenis hebben moeten zij dat ook krijgen.
• Pelle gaste = gepelde gerst = gort.
• Un zetjen zo zitten. = un tiedjen = even niet werken.
• Drink nog moar ne komme koffie, ut löp dr nog dunne deür.= je kunt
er gemakkelijk van plassen.
• Smijgelen = mooi praoten = iemand naar de mond praten.
• Hoonder opstöken = as ut begunt te schemmasken, de hoonder op den stok
zetten, anders blieft zee den helen nag op de grond zitten = De kippen op de
zitstokken zetten anders blijvende kippen de hele nacht op onder(de bodum) in
het hok zitten
• Schémasken = schemering in de avond.
• Schemme = schaduw van de zon.= gaet veur de zunne hen= opzij gaan want je
zet mi’ in de schaduw.
• Iej komt van ut berre op ’t stroo = je komt van het bed op het stroo = van
veel op niks.
• Schéar = schichtig = bang= de beeste bunt zo schéar, ie könt
ze neet in de hande kriegen.
• Schéarlappen an den Halter van het peard = de ooglappen
• Vötjen = iets ergens in proppen. B.v. met de duim gehakt in het worsthoorntje
stoppen.
• Taanen = het losmaken van garen(naai naad) van kleding. = löstanen.
• Trónneken = anmekare neajsteren oetstökken van kleare = naaien
en oplappen van kleding.
• Dönnen = persen = weeën.
• Haorsnieder = kapper = snoeten schraper= schearbaas en pikkebaas = schoonmaker
= schoenmaker
• De vilder = slagter = slager
• De Boculose maote = zogenaamd striekend vol = ne maote = un meütjen,
250cc. jenever was van tin en wat deden de Borculose jödden dee sneden
den égasten opstaonden rand van dee maote dr af zodönnig mos an’’n
rand vearkant vol um an de inhold van 250cc-. te kommen. P.s. Borculosen praot
nooit aover onze moate
• Iej hebt good proaten, zea de vrouwe van Hendrik, i’j könt den lesten
drop d’r af schudden, maor ikke mot d’r um afblaozen.
• Klepken = in en oet un vertrek gaon, volle keare hen en wear gaon.
• Klepschuute = ne vrouwe dee völle op bezeuk geet.
• Op trad wean = naar het dorp zijn om te winkelen. Of op trad gaon =weg lopen,
of ergens naar toe gaan.
• Késtig = netjes rechtop = klein maar fijn
• Verklommasken = ’n old woard veur verkleumen
• Klavasken = in den boom klavasken = klimmen
• Floddasken = fladderen
• Schier ei = un vebrod ei, uit dit ei komt na de broedtijd geen kuiken uit.
Ut ei is dan schier. Voel ei= vuil ei
• Ne blomme zeute = mooi meisje = zoetebloem
• Smijgelen = mooi met hen praoten = stroop um den bek smearen.
• Hijsteren = ergens in kruipen
• Het peard ging um drossen(op de löppe) = ging d’r um vandeur = gaat geheid
er vandoor, is gaan lopen.
• Teggen den draod in = dwars liggen.
• Aj teggen de wind in pist krieg iej ut hemd nat
• De katte teggen ut hoar instrieken = geet neet good. En de katte op het spek
binden, dan wil ze neet etten = te mooi uw wear te wean. = het heel mooi aan
presenteren, en er toch geen gebruik van maken = te gemakkelijk om er aan te
komen.
• Zo’j der an komt, zo kom iej dr ók wear af.
• Groot groot is den hof en grof grof geet ut dr wear of.
• Geteld geld en gesneden brood is o zo gauw weer op.
• Het met ne fransen slag doon = onnauwkeurig = afraffelen
• Wel ut kotste bej ut veur zit, wörmt zig ut harste.= wie het dichtst
bij het vuur zit warmt zich het hardst.
• Vetrean = un liesbreuk oplopen met te ver doorschrijden = te grote passen
= ok wel un eindjen gaon wandelen, ’n ommetje maken
• Un liekstea = um lidteken.= rimpels=de liekstea van ut leaven.
• Ne olden haane met ne jonge henne gef völle kuikens in de benne = mende
• Waor rökke bunt komt ok wal boksen.= waar meisjes zijn komen ook wel
jongens.
• Hee zut er nog geeuw oet = hij ziet er nog gaaf uit.
• Lachen en grienen in een buultjen = lachen en huilen tegelijk.= Jantje lacht,
Jantje huilt
• Buuls neajen! Zea den boer teggen ziene vrouwe ton hee de lotteri’je wonnen
harre = buidels naaien om al het geld er in te stoppen, want hij had de loterijprijs
gewonnen.
• Ploemsken = in het water plonzen.
• Kwelke = bijna niet = of kwaluk; nem ’t mie neet kwelke= het iemand iets niet
kwalijk nemen.
• Van armood gin afgang = van te weinig eten kan hij niet poepen.
• Zo nij schierig as ne henne met un glazen gat.
• Gezegde: Kop op ut kussen, ‘t gat(konte) in den arm, dan slaop ie lekker warm.
• Twee geloven een kussen, daor slöp den duuvel tuschen.
• Daor kón ie nog un puntje anzoegen = Doar kón iej nog un voorbeeld
an nemmen.
• Taosken = zwaar beuren; zwaar werk = eüzen.
• Gezegde: at de jongs eenmaal in dat kleine weideken bunt ewes, kriej ze dr
neet mear oet! = hef met vri’jen te maken, zeuk’t zelf maor oet wat ’t betekend.
• Zaoterdag is ut altied wal un paar dreuge, want dan mot den schooier zien
hemp dreugen.
• As ene koo den stat opstekt (in de heugte stök) dan begint de andere
koone te bizzen = (hard weg te lopen)
• De vleu afvangen = de waarheid zeggen.
• Oewe praot en bokweitezaod gaot ene kere in de zeuven jaor op, ( ok wal as
ze 7 jaor zegt)
• Eibargs roet is = knopbruid
• Ton dee zig op den doem sloog, begonne achterearts te beaden. Hee had gin
piene, maor ut deet um wal zear.
• 1 hectare = een bunder 10.000 m2. 1 scheppelzaad 1000 m2.
• 1 mollaszaad 4 scheppezaod dus 4.000 m2
• 1 spinthook = 150 m2, ne tuuten van een stuk land wat lastig was um dat umme
te plogen. Wonne vake vlas verbouwd, veur de oetzet van de meid van den boer.
• Affazear’n= den olden wear weazen, zich wear good veulen. Hee affazear’t zig
wear, ut olde geveul.
• Onnear’n = overleggen = vergaderen
• Klassienear’n proaten en jeu-‘tjen = duur doon.
• Jeut’jen = teoten = kletsen
• He zit vol streeke, net as ne groten sikkebok völle köttels hef.
• Doar mot keal’s kommen zea den boer en gin leüge onderboksen! Keal’s=kerels=mannen
• Waor gebeurd:
Jan te Vogt: heb ik van de kinderen van Leida heurd en ok van ziene vrouwe van
Hendrik Pielreg.
Leida en Hendrik waren trouwe bedevaart gangers noar Lourders en dee brochten
van alles medde, zo ok Lourdus kearsen: ton Hendrik op starven lag stokken ziene
kinder een van die Lourdes kearsen an. Hendrik zughte’n en de kearze dee flakkeren.
En ton inéns begon zee te branden met ne dunne lange vlamme naor baoven.
Kiek! Kinder, zea moder daor geet vader hen!
Leida is un jaor later ok op dezelfde maneare (lange vlamme) storven.
Jan
te Vogt, Beltrum, op schrift gesteld door: P.Ribbers
28 februari 2005
’n Stukje Parochiehistorie geschreven door Jan Kok
gepubliceerd in 2005 in de Echo, het contactblad voor parochie Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming te Beltrum.
(Door het benoemen van een eigen kerkbestuur op 13 februari 1855 kreeg Beltrum een geheel zelfstandige R.K. parochie welke toen Onze Lieve Vrouw Hemelvaart is genoemd.)
….. zo was ’t vrooger ….. (deel 1)
Voor zover
mij bekend is, hielden tot ± 1800 alleen de kerken een lijst bij, waarin
alleen de leden van hun eigen kerk in hun gebied werden opgetekend. Toen in
1517 aan de vooravond van Allerheiligen de monnik Maarten Luther zijn eigen
mening van geloven in Wittenberg op de deur van zijn slotkapel had vastgemaakt,
ontstond er in onze omgeving een tweedeling in de bestaande Christen gemeenschap.
Dit had tot gevolg dat er aan de naamvastlegging een deel werd toegevoegd. Hierdoor
ontstonden er voor de Rooms Katholieken en voor de Gereformeerden elk een aparte
aantekening. De Gereformeerden zijn later Ned. Hervormden gaan heten. In deze
boeken werden alleen de datum van doop – trouw en begraven van hun kerkleden
bijgehouden. Tegenwoordig worden deze de D.T.B. boeken genoemd. In het archief
van de Groenlose kerk zijn hiervan nog boeken uit de 17de eeuw aanwezig.
Toen hier het burgerlijk bestuur in 1795 in andere handen kwam, is er op deze
personen registratie een aanvulling gekomen. Onder dit Franse bewind werd aan
de pas gevormde gemeenten de opdracht gegeven, dat wij ook een bevolkingsregistratie
dienden bij te houden.
Voor onze gemeente Beltrum is de oudste overlijdensakte uit 1814.
Deze vermeldt:
….. dat gister den Zesden Januarij Johanna Reuvekamp dogter van Jan Willem Reuvekamp en wijlen Gesina te Weij in den leeftijd van ….. (onleesbaar) jaar binnen deze gemeente is overleden.
Vanaf die
tijd had dus ook de Beltrumse bevolking 2 lijsten waarop hun namen stonden.
Voor de burgerlijke overheid waren dat de geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten.
Door aan deze akte o.a. ‘t woonadres en hun middel van bestaan toe te voegen
werd het Bevolkingsregister samengesteld.
In deze burgerlijke en kerkelijke naslagwerken zijn niet altijd de data gelijk.
Soms zijn ook de namen verschillend. Dit komt omdat er in het ene de herkenningsnaam
en in de ander de familie naam werd gebruikt. Wij spreken heden ten dage dan
van een platte- en van een zondagse-naam. Dit is mede ontstaan in 1811-1812
toen de opgelegde vastlegging van naamwijziging plaats vond. Hierdoor ontstond
dat er personen zijn welke ondanks dat ze volle broers of zussen van elkaar
zijn, toch een andere achternaam dragen.
Deze personen administratie is ook zo gebleven, toen in 1819 de gemeente Beltrum
bestuurlijk onder het Eibergse gemeentebestuur is gekomen.
Plaatselijk is hier later in 1853 een verandering gekomen, doordat Beltrum voor
de al bestaande kerk een eigen pastoor werd benoemd.
……… maar hierover later meer ………
Jan Kok, ‘oet Beltrum’
-----------------------------------------------------------------------------------------
…... zo was ’t vrooger …… (deel 2)
Voordat
Beltrum een eigen kerk had, werden de Beltrumers in de D.T.B. boeken van de
Groenlose kerken bijgehouden. Daarnaast werden er door de gemeente Eibergen
een Bevolkingsregister bijgehouden. Aan de gegevens van de geboorte – huwelijk
en overlijdens akten werd het woonadres en hun middel van bestaan toegevoegd.
Al deze gegevens zijn in dergelijke registers opgenomen.
Ondertussen hadden wij in oktober 1847 ons nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen.
Ook was men reeds begonnen met de bouw van een nieuwe pastorie. Omdat Beltrum
toen maar een filiaalkerk van de R.K. Calixtus uit Groenlo was, werd er van
daaruit veel geregeld en werd ook daar de administratie van de Beltrumse parochianen
bijgehouden.
Met de benoeming van Joh. B. van Oij op 14 – 3 – 1853 tot pastoor van onze statiekerk
bracht hierin verandering. Op 22 april 1853 komt de eerste Beltrumse pastoor
met Hendrika Branderborg als huishoudster op onze nieuwe pastorie wonen.
In de archiefstukken van het Groenlose R.K. kerk staan de namen van hen welke
als laatste Beltrumse kerkgangers in Groenlo zijn gedoopt - getrouwd - overleden
of begraven zijn.
Deze zijn:
Gedoopt: Johanna B. te Boome op 14 – 3 – 1853.
dochter van: Gerardus J. te Boome en Hermina Vos.
(Zij woonden op Abbinksweg 1.)
Johanna is in 1889 gehuwd met Jan Donderwinkel.
Zij is in 1897 overleden.
Hierna is Jan Donderwinkel naar Lichtenvoorde vertrokken.
Gehuwd:
Johannes A. Scholten en
Gerharda J, ten Bulte op 22 – 1 – 1853.
(Zij woonden in het verdwenen huis tussen
Abbinksweg 1 en Zieuwentseweg 14.)
Joh. A. Scholten is in 1880 overleden, hierna is zijn vrouw Ger. H. ten Bulte
in 1889 vertrokken naar Ringweg 6, waar zij als alleenstaande in 1909 is overleden.
Overleden:
Henricus te Vogt op 25 – 2 – 1853.
(Hij woonde in Avest op de verdwenen boerderij
tussen Spilmansdijk 7 en 8.)
Hij was in 1799 geboren, en is in 1823 gehuwd met Aleida Spilman.
2
De scheiding tussen de kerkelijke afhankelijkheid van Groenlo en het begin van
een eigen zelfstandige parochie ligt dus in het tijdvak tussen 14 maart en 20
april 1853.
Ondanks dat wij nog geen zelfstandige parochie waren, legde de pastoor al nieuwe boeken aan, waarin hij zijn parochianen heeft opgeschreven. In ons goed bewaard gebleven kerkarchief zijn aangegeven welke als eersten in Beltrum zijn gedoopt – getrouwd en overleden.
Deze zijn:
Gedoopt: Joannes A. Martens op 1 – 5 – 1853.
zoon van: Johannes H. Martens en Engelina M. Tenbrinke.
(Zij woonden op Sonderenweg 3.)
Gehuwd:
Joannes Th. Rietberg en
Anna M. Lammerdink op 21 - 4 - 1853.
(hebben gewoond op de verdwenen boerderij
aan de Zieuwentse weg 12 – 14)
Overleden: Gerardus Sonderen op 20 - 4 - 1853 (geboren 8-3-1853 en werd
slechts 4 weken oud)
Kind van: Jan B. Sonderen en Johanna B. Bockers.
(Hij woonde in een verdwenen huis aan
de Poeldersdijk nabij Abbinksweg 3.)
Het heeft
nog tot 13 februari 1855 geduurd, dat men van de Utrechtse bisschop Mgr. J.
Zwijsen toestemming kreeg om een eigen zelfstandige parochie op te richten.
Door het benoemen van een eigen kerkbestuur kreeg Beltrum een geheel zelfstandige
R.K. parochie welke toen Onze Lieve Vrouw Hemelvaart is genoemd.
Hiermee ging er voor velen, na vele jaren van afwachten en offervaardigheid,
een vrome maar lang gekoesterde wens in vervulling.
Ondertussen is de wereld draaiend gebleven, en heeft de tijd niet stil gestaan.
Hierdoor is al het bovenstaande ongeveer 150 jaar (of meer) geleden.
……… Maar hierover later meer ………
Jan Kok
‘oet Beltrum’
-----------------------------------------------------------------------------------------
……… zo was ’t vrooger ……… (deel 3)
Het kan
de Aartspriester de Heer J. Willemsen uit Duiven, bij zijn benoeming van Joh.
B. van Oij tot eerste herder van Beltrum in 1853, bijna niet ontgaan zijn dat
deze priester in Beltrum een bekende was. Door deze benoeming werd hij van de
Beltrumse katholieken een zielzorger, welke elkaar reeds jaren daarvoor al als
kapelaan van Groenlo zullen hebben gekend.
In het archief van de gemeente Genderingen wordt de geboorteakte van onze eerste
pastoor bewaard. Deze vermeldt o.a. dat in deze gemeente:
… op 10 october 1813 Johannes Bernardus van Ooij is geboren als zoon van Gradus van Ooij, van beroep timmerman en zijn huisvrouw Gerritjen Wolters …
Zoals bekend, werden vroeger de data en namen wel eens anders overgenomen en doorgegeven dan ze oorspronkelijk waren. Bij het weergeven van deze familienaam werd later steeds van Oij (met één O) vermeld. Toen hij in 1886 overleed vermelde zijn gedachtenisprentje o.a. dat:
… Joannes Bernardus van Oij …, … was geboren op 14 october …
Hier staan
zowel de voor- en achternaam als ook de geboortedatum anders aangegeven dan
op de geboorteakte.
Na zijn benoeming tot onze pastoor op 14 maart 1853, is hij met zijn toekomstige
huishoudster op 22 april d.o.v. vanuit Hengelo (Gld.) op onze nieuwe pastorie
komen wonen. Toen Joh. B. van Oij in 1844 als kapelaan in Hengelo kwam, was
hij enige jaren daarvoor kapelaan in Groenlo geweest. Omdat Beltrum in die jaren
kerkelijk bij Groenlo behoorde, waren hij en zijn toekomstige parochianen waarschijnlijk
geen onbekenden van elkaar.
Hij was van 14-3-1853 tot 13-2-1855 hier de pastorale zielzorger, ondanks dat
wij als statiekerk nog binding met de R.K. Kerk van Groenlo hadden, heeft hij
hier tegelijkertijd ook de eerste parochiële doop – huwelijk – overlijden-boeken
aangelegd. Deze met de hand geschreven boeken werden vroeger maar ook nu door
het kerkbestuur op de juiste wijze bewaard, waaraan het nu is te danken dat
deze nog leesbaar zijn.
Ondertussen bericht de Utrechtse Aartsbisschop Mgr. J. Zwijzen dat:
… op 13-2-1855
door hem in de statie Beltrum, volgens de voorschriften,
wordt opgericht een parochie van O.L.Vrouw Hemelvaart te Beltrum …
Door dit
bisschoppelijk besluit zijn wij kerkelijk vrijgekomen van Groenlo.
Vanaf die tijd is Beltrum een zelfstandige parochie met een eigen pastoor en
met een eigen parochiebestuur, welke in het begin uit 2 personen bestond. Dit
waren de 43 jarige Jan H. Hofman en Johannes H. Harbers, welke toen 30 jaar
oud was. Tot op heden hebben velen deze eervolle taak van hen overgenomen.
4
Als 24 jarige is Hendrikus G. Lohuis in 1869 hier als eerste kapelaan gekomen,
hij was in Denekamp geboren. In september 1876 is hij naar Haaksbergen vertrokken,
de vrij gekomen plaats werd in oktober 1876 weer bezet.
Pastoor Joh. B. van Oij is bijna 33 jaren lang onze parochieherder geweest.
Hij is op 9-3-1886 overleden. Zijn lichaam is op ons parochieel kerkhof begraven,
waar men met een gedenkplaat zijn leven indachtig houdt.
Op zijn gedachtenisprentje staat o.a.: … ,,Hij was bemind bij God en de menschen,
zijn gedachtenis is in zegening”… In afwijking van wat op zijn grafsteen is
vermeld, staat op het bidprentje een verkeerde geboortedatum van 14 oktober
aangegeven.
Na het overlijden van de pastoor is deze vacante standplaats op 3-4-1886 door
pastoor Johannes T. Westerman weer ingenomen. Hij was in 1845 in Lichtenvoorde
geboren.
De eerste Beltrumse ‘pastoorsmeid’ was de in 1825 te Zelhem geboren Hendrika Branderborg. Zij was tegelijk met pastoor J. B. van Oij vanuit Hengelo (G) op onze pastorie gekomen. Nadat zij vele jaren op onze pastorie had gewerkt, is zij in mei 1871 gehuwd. Haar man was de hulponderwijzer Adriaan Olt die aan onze school stond. Zij hebben gewoond in het huis welke later in de volksmond onder de naam ‘het olde Veltmaot’ bekend is geworden. Zij is in 1909 overleden en hier begraven.
Over het
ontstaan van de Beltrumse parochie is eerder meer geschreven, dan over de mensen
welke daarbij betrokken waren. Dat was voor mij een van de redenen dat ik dit
verhaal over gewone menselijke dingen uit die tijd heb opgeschreven.
In en over ons dorp doen vele verhalen de ronde die over gebeurtenissen – dingen
en personen gaan, welke nu zijn verdwenen. Het zou waardevol zijn dat men de
juiste reden van ontstaan of het verdwijnen ervan kende. Het zal de moeite zeker
lonen als dergelijke beschrijvingen en of verhalen worden verzameld, om dan
hiermee de hele Beltrumse historie voor iedereen zichtbaar te maken. Dit kan
alleen door een gezamenlijke inspanning.
……… maar hierover later meer ………
Jan Kok, ‘oet Beltrum’
/////\\\\\
-----------------------------------------------------------------------------------------
……… zo was ’t vrooger ……… (deel 4)
Hoe de boerderij "Boome" de naam "de Blenke" heeft gekregen .
Volgens
het bevolkingsregister van 1817-1825 welke van de opgeheven gemeente Beltrum
is bijgehouden, heette deze boerderij toen „ Boome ". Deze boerderij is
bij verschillende families in gebruik geweest. In 1817 woonde hier de fam.te
Boome – Startman. Het laatste echtpaar te Boome was Gerrit Job. te Boome en
zijn vrouw Hermina Vos. Zij kregen 7 kinderen, allen dochters. Hun oudste dochter
Johanna Berendina is op 14-3-1853 geboren. Zij was het laatste Beltrumse pasgeboren
kind welke in de R.K. Calixtus kerk van Groenlo is gedoopt, voordat de Beltrumse
parochie een eigen pastoor had.
In 1889 is zij met Jan H. Donderwinkel gehuwd en werden hierdoor de latere hoofdbewoners.
Na vertrek van de inwonende vader- resp. schoon-vader in 1893 waren dit kinderloos
echtpaar de enige bewoners. Op 21- 4 -1897 is de vrouw overleden, hierna is
haar man in aug. 1897 weer naar zijn geboorteplaats Lichtenvoorde teruggekeerd,
waardoor deze boerderij leeg kwam te staan.
In oktober 1898 is de fam. Klein Falkenborg met hum 5 zonen op deze leegstaande
boerderij komen wonen. Zij waren de laatste bewoners op boerderij „ Blenke".
Doordat de gehele fam, Klein Falkenborg verhuisde van de Zieuwentseweg naar
de Abbinksweg is de herkenningsnaam van deze boerderij en hun bewoners van ,,Boome
" gewijzigd in „ Blenke". De verdwenen boerderij „ Blenke " stond
aan de Zieuwentseweg tussen de huidige huisnummers no. 16 en 18.
De oorzaak dat er in de jaren 1850-1900 in Beltrum enkele tientallen boerderijen
leeg kwamen te staan had verschillende redenen. In sommige gevallen was dat
het overlijden van de laatste bewoner. Meestal was dat hun vertrek, hetzij
naar een andere bewoning en soms vertrok men - over den groten kolk - naar Amerika.
Door deze verhuizingen kregen de gronden meestal een andere gebruiker, dergelijke
percelen kregen dan meestal de naam waarin men dan de vorige eigenaar of gebruiker
kon herkennen. De behuizing verdween dan na enige tijd, of werd overgenomen
om dan later als stalling of boerenschuur dienst te doen.
In het Beltrumse gebied waren er tot aan de ruilverkavelingen vele tientallen
grondpercelen met een naam welke verbonden was aan een verdwenen boerderij.
Dergelijke namen krijgen pas echt een betekenis als men weet, waaraan deze naam
is verbonden.
De plaatselijke samenstellers van het boek „ Boerderij en veldnamen in Eibergen"
hebben nagelaten, om dergelijke naamgeving ook onder de aandacht van de lezer
te brengen.
De broodnodige schaalvergroting was voor de fam. Klein Falkenborg aan de Abbinksweg
niet mogelijk. Dit was de reden dat deze familie aan de Rentinksweg een nieuw
bedrijf heeft opgezet. Dit moderne landbouwbedrijf is in 1974 in gebruik genomen
en de hele familie is er toen ook gaan wonen. Deze hebben toen hier ook hun
herkenningsnaam "Blenke" behouden, ondanks dat deze familie de gelijknamige
boerderij in 1898 al hebben verlaten.
Toen de fam. Klein Falkenborg was vertrokken heeft deze behuizing zowel verschillende
bewoners als gebruikers gekend. In deze periode heeft een beginnende corsowagenbouwers-
groep in het leegstaande gedeelte hier hun eerste bouwplaats en opslag gehad.
Om deze reden heeft deze groep wagenbouwers de naam „ de Blenke " als hun
groepsnaam aangenomen.
In 1980 heeft de huidige eigenaar deze boerderij gekocht. Nadat zij eerst hun
nieuwe huis hadden opgeknapt, is het jonge paar Te Veluwe - Koster in aug. 1980
hier komen wonen. In de leegstaande bedrijfsgebouwen hebben zij toen een varkensbedrijf
opgestart. Door de recente landbouwmaatregelen hebben zij gemeend met de varkenshouderij
te moeten stoppen. Zoals vele oude boerderijen is ook deze karakteristieke boerderij
nu een bewoond decorstuk in het landschap, waarin men alleen kan wonen als men
gevoel en begrip voor het buitenleven heeft.
Beltrum,
maart '05. Jan Kok
,,oet Beltrum".
-----------------------------------------------------------------------------------------
……… zo was ’t vrooger ……… (deel 5)
…... „Hofstee” ……
Dit is een
boerderij in Beltrum op het adres Zieuwentseweg 14.
Volgens het bevolkingsregister van 1817-1825 werd deze boerderij toen bewoond
door de fam. Peppelenbos –Stoverink en werd in die tijd „Sweers” genoemd. Deze
bewoners hebben zich later aan de Broedersweg gevestigd.
De volgende bewoners waren, Hendrikus te Hofstee, gehuwd met Helena Klein Haneveld,
zij kwamen van de boerderij „Hostede”. Deze familie is in 1829 op Sinte Peter
(22 februari) van haar huis Grolseweg naar Sweers vertrokken en zij daar gaan
wonen.
Het is aannemelijk, dat vanaf deze tijd de boerderijnaam Sweers is omgezet in
Hofstee.
Dit echtpaar te Hofstee-Klein Haneveld is kinderloos gebleven .Hendrikus te
Hofstee was op 31 maart 1785 geboren en is op 15 februari 1860 overleden.Zijn
vrouw, Helena Klein Haneveld, was geboren op 16 maart 1971 en is op 15 november
1867 overleden.Na het overlijden van dit echtpaar heeft de vanaf 1836 inwonende
neef de bewoning overgenomen. De in wonende neef was Jan H. klein Haneveld.
Hij was op 15 Oktober 1830 in Vreden (Dld.) geboren. Hij trouwde op 30 april
1869 wettelijke met Jacoba Groot Beernink, die op 10 september op de „Voshaar
”in Beltrum was geboren. Ook dit echtpaar is kinderloos gebleven. Jacoba overleed
op 27 december 1901, Hendrikus na enkele jaren later, n.l.op 5 juni 1904 gestorven.
In 1906 is Grada ten Have, weduwe van J.H. Klein Haneveld, komende van K78,
samen met haar 2 kinderen in dit huis gaan wonen.De dochter, Hendrika Klein
Haneveld, geboren op 4 februari 1880, is in 1909 in Groenlo aan de Groeneweg
gaan wonen. Haar enige zoon Johannes klein Haneveld, geboren op 17 juni 1871,
is hier blijven wonen tot hij op 1 augustus 1919 is overleden.
Vanaf 30 augustus 1919 is de in Groenlo wonende dochter Hendrika samen met haar
man, Antonius klein Gunnewiek en hun 4 kinderen weer bij haar moeder thuis komen
wonen. Hierna zijn nog 2 zonen geboren, te weten Hendrikus in september 1919
en Franciscus in juli 1921, waardoor hun kindertal op 6 kwam.
De weduwe Grada klein Haneveld-ten Have is op 81 jarige leeftijd in 1921 overleden.Eén
van de zonen , die Theo Hofstee werd genoemd, maar eigenlijk Johannes Theodorus
klein Gunnewiek heet, is in 1948 met Geertruida Ch. Tank getrouwd. Samen met
hun tien kinderen hebben ook zij de herkenningsnaam „ Hofstee”gedragen en doorgegeven.
Met het bovenstaande is uit gelegd, waarom er mensen uit Beltrum met de familie-naam Klein Gunnewiek worden benoemd als „Hofstee”.
Januari
2003.
Jan Kok,
„oet Beltrum”.
-----------------------------------------------------------------------------------------
……… zo was ’t vrooger ……… (deel 6)
..….Wandelpark de Stroe ……
Op een
stuk grond waar in 1846 de eerste Beltrumse kerk is gebouwd, was nog tot september
1851 eigendom van de Fam. Hassink . Op het overgebleven stuk van dat perceel
grond hebben de gezusters Hassink in 1899 een nieuwe bewoning neergezet, en
zijn daar toen gaan wonen. Deze familie woonden daarvoor op de plaats waar nu
de woningen Dorpsstraat 25 – 27 staan. In 1925 is dit huis gedeeltelijk opgenomen
in de nieuwbouw van het Gerardus Majella Gesticht.
Het perceel grond waarop de kerk is neergezet ligt in de kadastrale sectie Beltrumse
Esch en was heel vroeger bekend onder de naam ,,Empenbulten ”.
De grond waarop zowel de kerk is gebouwd en het kerkhof is aangelegd, zijn ten
opzichte van hun omgeving hooggelegen. De gronden waarop nu ons kerkhof en de
Haarstraat ligt, met daartussen het wandelpark, behoorde bij het ,,Niënhuis”
uit Lintvelde. In ± 1825 is de familie Harbers hiervan de eigenaar geworden.
Ons parochiekerkhof ligt in de buurtschap Lintvelde en is in 1853 voor het eerst
in gebruik genomen. Naast deze begraafplaats is in 1855 een bewoning neergezet,
deze werd het laatst bewoond door de fam. Veltmaat, welke hier een bakkerij
had. Dit huis in 1977 verdwenen. Aansluitend op dit erf lag er aan de westkant
lager gelegen gronden. In het gedeelte van het park dat nu tegen de aanleunwoningen
aan ligt, was zeer nat en laag gelegen. Hier stonden planten en struiken welke
van natte voeten hielden. Veel overbodige regenwater liep naar dit lage punt,door
de afvoer van dat overtollige water is hier de vroegere Tamsbeek ( nu Kooigoot
) ontstaan. Dat soort begroeide waterplassen werden in het algemeen met – stroe
– aangeduid. Deze waterpartij is in loop der van de jaren verdwenen, doordat
deze met allerlei afval is volgestort. Waardoor deze grond begaanbaar en zodoende
bruikbaar is gemaakt.
Waarschijnlijk heeft ons wandelpark de naam „ de Stroe ” gekregen, omdat deze
op dezelfde plaats ligt dan de reeds verdwenen begroeide waterpoel.
Jan Kok,
„ oet Beltrum”.
-----------------------------------------------------------------------------------------
……… zo was ’t vrooger ……… (deel 7)
……De weg van Beltrum naar Zieuwent……
Volgens
kadaster tekeningen uit 1832 liep de weg van Beltrum naar Zieuwent in die tijd
tot ongeveer Zieuwentseweg 5 en 10 nabij de boerderij „de Schutte”, waar deze
zich splitste in 3 wegen, welke liepen tot aan de Poeldersdijk. De rechtse weg
kwam uit bij het oprit naar de boerderij van de fam. te Boome (Poleman). De
middelste monde uit op de Poeldersdijk, waar nu de laan naar de boerderij van
de fam. Helmers op de Poeldersdijk begint. De linkse weg kwam uit tussen de
weg naar de „Voshaar” en het huis waar nu de fam. ter Bogt (Bonenkamp) woont.
In die tijd liep de Abbinksteege (nu Abbinksweg) ongeveer vanaf het „ Café
Halfweg” aan de Grolseweg door naar de Ruurloseweg. Deze kwam uit op de weg
van Groenlo naar Ruurlo op de plaats waar ± 1850 de fam. Wolterink het
café „ de Kemper” oprichtte.
Bij een van de afwegen van deze steege kwam bij de fam. Rinders (Timmerman op
het Liezendarp) de Poeldersdijk op de Abbinksweg.
Het laatste stuk van de Abbinksteege is vanaf Zieuwentseweg 14 ( Hofstee) in
± 1840 verlegd. Door deze verlegging is er bij de boerderij „Vosseberg
” (nu Hemminksweg 2) een brug over de Slinge gelegd om daarover de Ruurloseweg
op te kunnen komen. Later is de weg naar Zieuwent doorgetrokken. De burg welke
toen over de Slinge is gelegd, heeft toen de naam „Vossebargbrug ” als herkenningsnaam
gekregen.
Omdat in die tijd (1847) ons kerkdorp is ontstaan, ontstond er in Beltrum de
behoefte aan wegen welke de bewoners naar het nieuwe kerkdorp leidden.
Volgens de Gem. Wegenlegger is er tussen 1862 en 1872 een rechtstreekse verbinding
gemaakt tussen de Schuttendijk (bij de Schutte) en de Abbinksteege (bij Hofstee),
welke zich met de Poeldersdijk kruiste. Door dit tussenstuk werd ook de afstand
– noar het darp – verkort.
Hierdoor ontstond er ook een betere verbinding tussen de „ Heelweg ” (Borculo
– Groenlo)
en de enigszins verharde „Rijksweg” (Zutpfen – Winterswijk). Ook kwam er een
betere verbinding tot stand tussen het nog jonge dorp Beltrum en het veel oudere
Zieuwent. Het Beltrumse gedeelte van deze weg heet tegenwoordig de Zieuwentseweg.
Komend vanuit Beltrum staan sinds mensenheugenis juist na de Poeldersdijk aan
de rechter zijde, drie dennenbomen pal aan de weg. Dit herkenningspunt was voor
de oudere voorbijgangers een herinnering aan het verleden, omdat dit voor hen
in de jeugdjaren een ontmoetingsplaats was.
Bij de werkzaamheden in 1953 – 1954 om deze weg geschikter voor het gemotoriseerde
verkeer te maken, waren de plannen zodanig ontworpen dat men de genoemde bomen
kon behouden. Ondanks deze goede voornemers zijn enige jaren hierna deze bomen
alsnog door de wegbeheerder afgezaagd. Dit was tot ongenoegen van vele dorpsgenoten.
Later is de ontstane lege plaats op initiatief en met medewerking van de (nu
opgeheven) plaatselijke K.P.J. weer met vervangende bomen opgevuld. Op de Nat.
Boomplantdag van 1980 is toen door de 77 jarige Dorus ter Bogt (Bonenkamp) als
buurtbewoner, op dezelfde plaats opnieuw drie dennen gepland.
Hierdoor zijn „ de Dree dennen ” gebleven.
Jan Kok,
„ oet Beltrum”.
Maart ’05.
-----------------------------------------------------------------------------------------
........ Zo was het vrooger .......(deel 8)...........
----Het Maria - monument.
In 1927
heeft pastoor Ger. W. Hanse onze parochie verlaten, hij is toen naar Gendringen
vertrokken. Als zijn opvolger is de 52 jarige Hendrikus Fr. van der Horst op 8
april 1927 vanuit Groningen naar Beltrum gekomen. Hij werd onze zesde pastoor.
Deze stoere voor-1 ganger leidde met grote doortastendheid de Beltrumse
bevolking. In geval van nood stond hij iedereen terzijde, ook de anders
denkenden uit onze gemeenschap.
Tijdens zijn predikaties liet hij met welsprekende aansporingen steeds blijken,
een innige Maria vereerder te zijn. Hij verzocht zijn parochianen hem daarin
te steunen en te volgen. Zijn verering tot Maria ging zo ver dat hij in 1937 bij
zijn 40 jarig priester jubileum
door zijn parochie een Maria - monument kreeg aangeboden. Deze stenen getuigenis
werd midden achter onze kerk, tussen de kerk en de openbare weg, geplaatst. Op
15 augustus, de feestdag van onze parochiepatrones, is het beeld onthuld. Op de
onderbouw van ± 2,5 m hoog staan bovenaan met grote letters o.a. MARIA REGINA.
Hierboven staat een levensgroot beeld dat de moeder Maria met Kind voorstelt,
welke met haar Iinkervoet op een slang staat.
Door de bloemenbakken aan weeszijden, en de halfhoge gedeelten waarin het leven
van Maria stond afgebeeld, had deze hoekige onderbouw een strak aanzien. Mede
door het siersmeetwerk kreeg het geheel een sierlijk, en het Mariabeeld, een
verheven aanzicht.
Tijdens de plaatselijke vemieuwingsdrang in de midden jaren '60 is dit bouwsel
verdwenen. Later zijn aan en naast de kerk het beeld en de beide panelen van dit
monument herplaatst. Door de invloed van het weer, kan men aan behoud ervan
twijfelen. De dingen uit ons dorp welke ons herinneren aan een tijd, waarin onze
gemeenschap door devotie en samenwerking met elkaar waren verbonden, verdienen
onze extra aandacht.
Jan
Kok,
„ oet Beltrum”.
------------------------------------------------------------------------------------------
-------Zo was 't vrooger --------(deel 9).
---- in en um onze karke —
In 1846 is op grond van Hassink onze kerk gebouwd. Hij woonde toen aan de tegenwoordige Dorpsstraat. De grond welke hij hiervoor beschikbaar stelde lag in de hoek van twee onverharde wegen. De ene was de doorgaande weg van Borculo naar Groenlo, en de andere was een z.g.n. ontsluitingsweg, deze liep toen vanaf Beltrum via het tegenwoordige boerderijen Rotink - Bruggert en Boenink ook naar Borculo.
Deze nieuwe kerk had een buitenwerkse afmeting van 26x15 m. met een pannendak en had aan de noordzijde (kerkhof zijde ) een eenvoudige klokkentoren. Het nu aanwezige dwarse gedeelte (transept), de pastorie en de huidige grote toren zijn later bijgebouwd.
In 1864 is deze kerk al uitgebreid met een priesterkoor. Toen kreeg de kerk kolommen en bepleisterde gewelven. De huidige toren is in 1894 gebouwd, en het hele kerkgebouw is toen tegelijkertijd van een nieuwe buitenmuur voorzien. De huidige doopvont is een geschenk uit 1895. In ± 1910 is de marmeren middengang aangebracht. Nog voor 1915 is er een nieuw orgel aangekocht en achter in de kerk, op het zangkoor geplaatst. De preekstoel dateert van 1917 en in 1926 werden op het dak de pannen door leien vervangen
Door het aanbouwen van een transept (dwars gedeelte) en een nieuw priesterkoor werd in 1929 de laatste uitbreiding van het kerkgebouw gerealiseerd. Hierbij is het kerkgebouw toen voorzien van kolommen en gewelven in schoonmetselwerk. De zijmuren zijn toen op gelijke hoogte gebleven, maar wel voorzien van de huidige ramen. Deze nieuwbouw is in 1930 ingewijd. De muurschildering van de kerk werd in 1930-1935 aangebracht en is door een schenking bekostigt. Op 26-2-1943 is de kerk getroffen door een Amerikaanse voltreffer. Behalve een gat in het kerkdak en in de gewelven van het transept, ontstond er ook veel glasschade.
In 1931 heeft een plaatselijke familie drie nieuwe luidklokken aan de kerk geschonken. Hiermee kwam het aantal kerkklokken op vier. Deze hebben dienst gedaan tot 19-2-1943, omdat deze toen werden geroofd door de Duitsers. Om het zicht op de torenklok te verbeteren, zijn de wijzerplaten in ±1935 hoger aangebracht. Deze zijn toen van de zijkant de toren naar het hoger gelegen torendak verplaatst. Het aantal wijzerplaten kwam toen van twee op vier.
Het oudste gedeelte van onze pastorie ( met pannendak ) is in 1852-1853 gebouwd. Het platte dakgedeelte van de pastorie in ± 1927 bijgebouwd.
Toen J.B. van Oij in april 1853 als 1° hoofd van de kerk naar Beltrum kwam ging hij in de nieuwe pastorie wonen. Na zijn pastoors benoeming in 1855 is hij met zijn dienstboden hier blijven wonen. Het naast de kerk gelegen zustershuis de “ Gerardus Majella Stichting " is in 1926 gebouwd.
Toen in 1855 de Beltrumse kerk zelfstandig werd, en vrij kwam van het Groenlose kerkbestuur, kregen wij een eigen kerkbestuur met pastoor J.B. van Oij als hoofd. Waarschijnlijk hebben deze zich vanaf die tijd ook bezig gehouden met de inrichting van de grond welke rondom de kerk en pastorie waren gelegen.
Het was in het midden van de 19° eeuw gebruikelijk, dat men voor een goed aanzien in parkachtige tuinen meestal exclusieve en/of buitenlandse bomen en struiken plaatste. Deze bomen zorgden dan vaak voor een bijzondere uitstraling en hadden een lange levensduur. Voor onze pastorie bewoners diende er ook een gedeelte te worden ingericht voor de groentetuin, een kippenhok kon hierbij niet ontbreken. Het was een jaarlijkse traditie dat er een processie in deze pastorietuinen werd gehouden. Ondanks de kerkelijke franje hadden deze toch een devote en een ingetogen uitstraling.
Beltrum, nov. 2008. Jan Kok,
,,oet Beltrum''
---------------------------------------------------------------------------------
EEN STUKJE PAROCHIE - HISTORIE
Vandaag plaatsen wij een inzending van Marietje Stapelbroek-Hendriks, die mede namens haar man Jan vertelt over zijn werk rond de kerk en pastorie.
Na zoveel jaren werkzaam bij de kerk voor het merendeel in de tuin.
Nu het hertenkamp vernieuwd gaat worden, wil ik een belofte na komen. Enkele jaren geleden tijdens het uitreiken van de pauselijke versierselen en onderscheiding, heb ik aan het kerkbestuur toegezegd, dat ik namens Jan, er wel eens een stukje over wilde schrijven. Veertig jaar geleden bestonden de tuinen bij de kerk voor het grootste gedeelte uit bessenstruiken, fruitbomen, gras en een pad waar gebruik van werd gemaakt bij gelegenheid van de jaarlijkse Sacramentsprocessie.
In het jaar 1964 werd Dr. Alink als Pastor in Beltrum benoemd. Met hem kwamen er vele vernieuwingen binnen en buiten de kerk opgang. Het was in die dagen dat de heer Johan Huinink (Falkenborg), vanuit het kerkbestuur, Jan kwam vragen voor onderhoud aan de tuinen bij de kerk. Een mooi gezegde van hem was: „Er is niet veel geld maar wel veel werk."
In de eerste jaren werd het meeste werk nog met de handen gedaan. Zo werd ook in de beginjaren van Pastor Alink de gehele moestuin en boomgaard onderhanden genomen om er vervolgens een hertenkampje aan te leggen. Ook het dames en heren toilet moest hier voor worden opgeruimd. Dit was het gebouwtje dat aan de rechterkant bij de ingang van de poort bij het kerkhof stond. De eerste herten werden door Pastor Alink aangeschaft. In die tijd werden ze nog met een net gevangen en dan op gehaald. Joop Hoffman werd aangesproken om ze met een busje op te halen, al met al een heel karwei.
Ook werd er een Bentheimer put geplaatst, gekregen van de familie Bouwmeesters, toen wonende op erve Sonderen. Deze put is nu weer verplaatst en staat iets verderop in de tuin van Pastor Scholten.
Eveneens werd er een visvijver aangelegd. Er was zoveel werk dat Pastor Alink zelf aan de betonmolen stond, daarom dat deze vijver nog altijd goed in tact is. Voor de huishouding en de verzorging van pastorie (want in de eerste jaren was er ook nog een kapelaan aanwezig) had Pastor Alink een paar dames uit Beltrum. Met Pastor Alink kreeg ook de oude pastorie een andere bestemming ...Weer ging de schop in de grond en werd op de plaats waar voor heen de speelplaats van de bewaarschool was (zo noemde men de kleuterschool in die tijd) de fundering uitgegraven om er een mooie bungalow te bouwen. Dit werd de nieuwe pastorie. De verhuizing van de veel grotere oude pastorie naar de veel kleinere woning had heel wat voeten in de aarde om alles een passende plaats te geven! Ook kwam er nieuwe bestrating zodat de Pastor en de kerkgangers met droge voeten in de kerk en pastorie konden komen. Pastor Alink heeft niet lang in de bungalow gewoond. Hij zag weer een nieuwe uitdaging en werd tot Pastor benoemd in Nieuwegein. Pastor Alink heeft veel veranderingen binnen en buiten de kerk doorgevoerd, wat ook wel eens de nodige problemen gaf bij de parochianen. Hij was in Beltrum van eind 1964—1971, zijn vertrek uit Beltrum heeft voor Jan vele herinneringen achter gelaten.
Na het vertrek van Alink kwam Pastor Brummelhuis naar Beltrum. Het was dus geregeld in en uitpakken, maar ook met pastor Brummelhuis kwam er binnen en buiten de kerk weer een heel nieuw tijdperk. Voor hem was het parochiegebeuren het belangrijkste en de opdracht naar Jan toe was dan ook: „Doe wat je goed lijkt met de herten en de tuinen rondom de kerk." Met Zuster Eufenüa als huishoudster moest er wel een groentetuin komen want dat was haar grote hobby. Verse groente uit eigen tuin en een duifje voor de soep was ook van harte welkom. Zij was voor Jan een tweede Moeder! Wie kende haar niet in Beltrum, vooral van al haar werk wat ze daarvoor gedaan heeft als wijkzuster. Pastor Brummelhuis was de man op de juiste plaats en had voor iedereen een luisterend oor. Zijn fiets stond altijd in de startblokken, want binnen de kerk kwamen steeds meer vrijwilligers en moest er veel bijgeschoold en geregeld worden.
Toen dan ook, na acht jaar intensief bezig te zijn geweest in onze parochie, zijn vertrek naar Wehl werd aangekondigd, ging er een schok door Beltrum. Brummelhuis was Pastor in Beltrum van 1971—1979.
Ook was dat voor Jan een drukke tijd. Samen zijn we toen drie dagen meegegaan om met de Pastor en Zuster Eufemia, die met hem mee ging, alles een passende plaats te geven in de pastorie van Wehl.
Het was voor ons niet gemakkelijk om zo'n Pastor te verhuizen en los te laten. Als hij bij ons komt is een vast gezegde van hem: „Effen kieken höö 't met broeder Jan geet." De vriendschap is dan ook altijd heel hecht gebleven.
Ruim een maand moest de parochie verder zonder vaste Pastor. Maar in november 1979 kwam Pastor Scholten vanuit Twente naar Beltrum. Hij voelde zich hier al gauw op zijn gemak. Al gebeurde er in het eerste jaar al direct van alles binnen en buiten de kerk.
In januari ontplofte in de vroege morgen tegen zes uur de olieverwarmingsketel in de kelder van de kerk. Er was een enorme ravage en alles zat onder zwart, vet roet. De kerkdiensten werden toen verzorgd vanuit zaal Dute. Gelukkig was dit maar van korte duur. Er werd een schoonmaakbedrijf ingeschakeld en met medewerking van vele vrijwillige parochianen kwam alles netjes schoon en werd er ook een nieuwe
gas c.v. ketel aangeschaft en zaten we er weer lekker warmpjes bij. In hetzelfde jaar kwam er 's morgens heel vroeg een boodschap dat de herten op de straat liepen bij Spilman. Het gaas van het hertenkamp was open gesneden. Samen met politie en veearts is met veel moeite één hertenbokje terug gevangen. De week daarna is er aan de kerkdeur een collecte gehouden om een paar hertjes aan te schaffen. Maar eerst moest er nog nieuw gaas om het hertenkamp geplaatst worden. Al met al een heel werk, maar Jan, de Pastor en ook Zuster Inviolate, die toen als gastvrouw op de pastorie was, waren blij dat dit alles weer in orde was. Zonder herten bij de kerk is haast niet meer denkbaar. Ook kwam er de nodige nieuwe beplanting. Pastor Scholten hield van een mooie tuin en veel bloemen en kleur. Voor en achter de bungalow werd de tuin vernieuwd. In de zomer is het vaak een lust om te zien, al die bloeiende plantjes. We horen de mensen dan ook vaak zeggen in droge tijden; „Wi-j zaggen de Pastoor ok nog met ne geeter lopen!" Ook kreeg de groentetuin de nodige aandacht, veel groente en zelfs aardappelen werden er verbouwd, vooral toen Zuster Williebrorda en later Zuster Ludharda als gastvrouw op de Pastorie waren.
Meestal werd er nog wat ingeweekt of ingevroren, alleen die vervelende konijnen die ' s nachts de boel vernielden of opvraten! Een hele belevenis was het voor Jan toen bijna 10 jaar geleden (okt. 1996) de opgeknapte haan weer op de toren moest worden geplaatst. Samen met Joop de koster gingen ze in 't schuitje naar boven. De trekzakken mee dus, er was tevens muziek op hoog niveau! Pastor Scholten was in onze parochie werkzaam van 1979—2000 vanwege zijn gezondheid is hij toen gestopt.
Beltrum is hem wel dierbaar, hij woont nog steeds op de bungalow waar hij alleen verder moet, omdat Zuster Ludharda door ziekte is overleden. Jammer dat dit alles moest gebeuren, met als gevolg dat er ook voor de parochie weer heel veel ging veranderen.
Ook Jan besloot in 2001 het werk bij de kerk minder te maken en alleen rond de bungalow de tuinen nog bij te houden. Hij is nu privé tuinman bij Pastor Scholten. Zo zien de mensen hem nog geregeld daar bezig en vooral nu alles weer vernieuwd gaat worden. Het hertenkamp, de herten en ook de tuinen hebben zijn grote belangstelling. Al die jaren heeft hij in goed overleg met de Pastores en diverse kerkbestuurders fijn en goed kunnen samenwerken.
Pastor Scholten is een heel goede vriend van Jan en Jan voor hem.
Als alles rondom kerk en pastorie klaar is, kan men genieten van het aanzien van de oude pastorie en het nieuwe hertenkamp.
Getekend door de vrouw van Jan, Marietje Stapelbroek 20-04-2006
----------------------------------------------------------------------------------------------------
----Een nieuwe Ster-----
Sterren stralen overal!
Als je aan sterren denkt, dan zijn dat de lichtgevende hemellichamen, miljoenen
in aantal, waarvan je er duizenden met het blote oog kunt zien als het donder
wordt. Ze verschillen in kleur en sterkte van licht, en de sterrenkunde is een
wetenschap op zich. Bij een vallende ster mag je zelfs een wens doen. Ook kun je
personen bedoelen, die ergens in uitblinken, en dan nomen we ze sterren. Soms
geven we iemand het teken van een ster als een onderscheiding om te stralen.
Sterren stralen overal!
Door de geschiedenis heen hebben sterren altijd een grote rol gespeeld met eigen
betekenis, We noemen de davidster, de ster van Bethlehem, de morgenster en de
rode ster. Bij alle sterren gaat het om de uitstraling en herkenning. De ster
wijst ergens naar toe.
Waarom dit verhaal vooraf? U hebt ongetwijfeld de werkzaamheden rondom onze kerk
gezien; in de tuinen, bij het parochiecentrum en het hertenkamp. Het gaat om
betere bereikbaarheid van de kerkelijke gebouwen en het kerkhof hier in Beltrum.
Tevens is het een mooie kans om allerlei verfraaiingen aan te brengen. Daarom
komt voor de poort van ons kerkhof een plateau met een veelkleurige ster.
Het geheel is negen bij negen, met daarin de ster van zeven bij zeven meter in
een cirkel. De buitenkant rondom de aarde is met basaltsteen en de ster met
granieten blokjes. Het ontwerp en de uitvoering is deskundig verzorgd door
Willems, sierbestrating in Borculo.
Wat is de betekenis van deze nieuwe ster?
De ster met acht punten wordt omgeven met acht hoeken in zwart; dat is het
donker van de nacht. Acht hoeken in rood, acht hoeken in geel en het middelpunt
in grijs - groen.
Je mag ze de kleuren noemen van geloof, hoop en liefde.
De uitstraling van deze ster is een teken van dankbaarheid aan al onze dierbaren
die op ons kerkhof de laatste rustplaats hebben gevonden. Ze worden voor ons als
sterren, die we blijven eren en gedenken.
H. J. Scholten, em. Pastor. April 2006
Sterren stralen overal!